Voor meer informatie over preventieve
maatregelen neemt u contact op met QPC Schoonmaak, Dhr. Quiryn van den Broek
via 0413-251143. Of gebruik het contactformulier op de website.
ALGEMENE INFORMATIE OVER DE
MEXICAANSE GRIEP
Wat is de griep A/H1N1 ?
Het gaat om een nieuw menselijk virus
dat samengesteld is uit een combinatie van genen van verschillende afkomst : het komt gedeeltelijk van varkensvirussen, van een
vogelvirus en van een menselijk virus. Dit virus werd voor het eerst
vastgesteld in Mexico op 18 maart 2009. De eerste analyses tonen een verband
met virussen die bij varkens voorkomen in Noord-Amerika en Europa/Azië.
Wat zijn de symptomen van de
griep A/H1N1 ?
De symptomen zijn gewoonlijk
vergelijkbaar met de symptomen van de seizoensgriep, dus een plotse koortsopstoot, spierpijn, vermoeidheid en symptomen van de
luchtwegen die gepaard kunnen gaan met diarree en het zich onwel voelen.
Wat is de varkensgriep
?
De varkensgriep is een ernstige
besmetting van de luchtwegen bij de varkens die veroorzaakt wordt door een
influenzavirus van het type A (griepvirus). De sterftegraad is zwak en de
patiënt geneest normaal binnen de 7 tot 10 dagen. Het virus van de varkensgriep
komt ook voor bij wild gevogelte, gevogelte, paarden en mensen, maar de
overdracht tussen diersoorten is wordt als zeldzaam beschouwd. Tot nu toe heeft
men 3 subtypes van het influenzavirus van het type A ontdekt bij de varkens
(H1N1, H1N2 en H3N2).
Hoe wordt de griep A/H1N1 overgebracht ?
Het virus van de griep A/H1N1 wordt
vooral overgebracht via de lucht met speekseldruppeltjes die vrijkomen door te
hoesten of te niezen. Deze druppeltjes, die zich in de lucht verplaatsen,
kunnen iemand rechstreeks besmetten via de
ademhaling. Via de lucht komen virussen ook terecht op voorwerpen. Iemand kan
besmet worden als hij een voorwerp aanraakt waarop zich virussen bevinden en
daarna zijn ogen, neus of mond aanraakt. Het speeksel kan ook overgedragen worden
door de handen (door de mond af te schermen tijdens het hoesten) via voorwerpen
die erdoor
aangeraakt zijn.
Kan de griep A/H1N1 behandeld worden ?
Het merendeel van de virussen is
vatbaar om te reageren op de nieuwe antivirale geneesmiddelen (oseltamivir en zanamivir) en op
de oudere antivirale geneesmiddelen (amantadanes).
Het A/H1N1-virus is gevoelig voor recente antivirale middelen maar bestand
tegen amantadanes van de oude generatie.
Wat is de incubatieperiode van de
griep A/H1N1 ?
De incubatieperiode (de tijd die
verstrijkt tussen de besmetting en het optreden van de eerste symptomen) is
volgens de huidige kennis 2 tot 7 dagen na de besmetting tot maximaal 10 dagen.
Hoe evolueren de gevallen van
overdracht van mens tot mens van het virus van de griep A/H1N1
?
Vroeger was er bij elke besmetting in
ons land nog een aantoonbaar verband met een eerder bevestigd geval of met een
reis naar het buitenland. Inmiddels hebben zich gevallen voorgedaan waarbij
geen duidelijk aantoonbaar verband is met een reis naar het buitenland of met
het contact met een besmet persoon. Het A/H1N1-virus
begint nu ook in ons land te circuleren.
De Belgische overheden (alle
beleidsniveaus) doen al het nodige om de medische en sociaal-economische
impact van het virus te verminderen en tegelijk te zorgen voor adequate
verzorging van de bevolking in geval van besmetting. We hebben heel weinig
gegevens over de overdracht van mens tot mens van het A/H1N1-virus. Ze hangt af
van de virulentie (het ziekmakend vermogen) van het
virus. De samenstelling van het virus evolueert. Het virus wordt van erg nabij
gevolgd door de Belgische en internationale overheidsinstanties. De maatregelen
kunnen evolueren naar
Kan de varkensgriep de mens besmetten ?
Ja. Meestal wordt de varkensgriep
overgedragen door rechtstreeks contact met varkens of door zich heel dicht bij
varkens te bevinden. Menselijke gevallen van varkensgriep zijn slechts heel
zeldzaam vastgesteld sinds de jaren ’50, gewoonlijk bij personen die
rechtstreeks worden blootgesteld aan varkens (bijvoorbeeld door te werken in
kwekerijen). In Europa zijn sinds 1958 in het totaal 17 gevallen vastgesteld.
In de Verenigde Staten is er een
besmetting met het virus van de varkensgriep bij de mens vastgesteld bij de recruten van het militair kamp van Fort Dix
in New Jersey in 1976. Men vermoedde dat er een verband was, maar dit werd
nooit bevestigd. Er heeft echter een grootschalige overdracht van mens tot mens
met meer dan 200 besmettingen plaatsgevonden met als resultaat 12 opnames in
het ziekenhuis en 1 dode.
Hoe zich beschermen tegen de
griep A/H1N1 ?
We raden u aan om:
Is er een vaccin tegen de griep A/H1N1 ?
Momenteel is er nog geen vaccin te
koop om de mens te beschermen tegen de A/H1N1-griep. De verschillende
producenten zijn momenteel bezig met de aanmaak van vaccins maar het zal nog
enkele maanden duren voor er voldoende dosissen beschikbaar zijn. Vanaf het
najaar zullen de eerste vaccins klaar zijn en geleverd worden aan de overheid,
die ze gratis ter beschikking zal stellen aan de risicogroepen van de
bevolking.
Beschermt het vaccin tegen de
seizoensgriep tegen de griep A/H1N1 ?
Er zijn bepaalde gelijkenissen tussen
de menselijke virussen van de griep H1N1 (de seizoensgriep) en de griep A/H1N1,
zodat een zekere bescherming niet kan uitgesloten worden. Er moet echter
onderzocht worden of dat het geval is. Dat onderzoek is bezig, maar neemt een
bepaalde tijd in beslag.
Wat is een grieppandemie
?
Een grieppandemie is een mondiale
epidemie die veroorzaakt is door een nieuw griepvirus date en groot deel van de
menselijke bevolking besmet. (Zie FAQ pandemische
griep)
In zijn Mondiaal plan ter
voorbereiding van een pandemische griep heeft de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) 6 fasen van waakzaamheid voor een pandemie bepaald. Onafhankelijke experten zullen nu de situatie onderzoeken om te bepalen of
het advies gegeven wordt aan de directeur-generaal van de WHO om de fase te
veranderen. In Europa hebben alle lidstaten zich de voorbije jaren aanzienlijk
voorbereid en hebben een nationaal plan ter voorbereiding van een
grieppandemie.
Welk zijn de verschillende fasen
van de WHO ?
Interpandemische periode
Fase 1
Er werden geen nieuwe influenzavirussubtypes gedetecteerd bij mensen. Een influenzavirussubtype dat infectie bij de mens heeft
veroorzaakt, kan aanwezig zijn bij dieren. Als het aanwezig is bij dieren, dan
wordt het risico op infectie of ziekte bij de mens als laag beschouwd.
Fase 2
Er werden geen nieuwe influenzavirussubtypes gedetecteerd bij mensen. Toch
veroorzaakt een circulerend dierlijk influenzavirussubtype
een substantieel risico op ziekte bij de mens.
Pandemische alertfase
Fase 3
Menselijke infectie(s) met een nieuw
subtype, maar geen mens-op-mensverspreiding, of in uitzonderlijke
gevallen overdracht op personen met wie er een nauw contact bestaat.
Fase 4
Kleine cluster(s) met beperkte mens-op-mensoverdracht, maar de verspreiding is erg
gelokaliseerd, suggererend dat het virus niet goed aangepast is aan de mens.
Fase 5
Grotere cluster(s), maar de mens-op-mensoverdracht is nog steeds gelokaliseerd,
suggererend dat het virus in toenemende mate
aangepast is aan de mens, maar het is nog niet volledig van mens op mens
overdraagbaar.
Pandemische periode
Fase 6
Pandemie: toegenomen en onderhouden
overdracht onder de algemene bevolking. Let op: het gaat hier om mondiale
criteria. Een overgang naar fase 6 heeft niet noodzakelijk gevolgen voor de
situatie in België. Sinds fase 6 werd afgekondigd, is het dagelijkse leven in
België niet veranderd.
Waarom heeft de WHO de overgang
naar fase 6 uitgeroepen?
Op 11 juni 2009 heeft de
directeur-generaal van de WHO beslist om over te gaan naar het niveau van
verhoogd pandemisch alarm, namelijk van fase 5 naar
fase 6. Deze beslissing is genomen op basis van de geografische evolutie van de
ziekte en niet op basis van de evolutie van de ernst ervan.
Wat betekent de verandering van
aanpak van isolering naar beperking?
Vroeger was er bij elke besmetting in
ons land nog een aantoonbaar verband met een eerder bevestigd geval of met een
reis naar het buitenland. Inmiddels hebben zich gevallen voorgedaan waarbij
geen duidelijk aantoonbaar verband is met een reis naar het buitenland of met
het contact met een besmet persoon. Het A/H1N1-virus
begint nu ook in ons land te circuleren.
Welke zijn de huidige of in de
maak zijnde maatregelen voor wat betreft de vaccinatie of de preventie van de overdracht ?
Het ontwikkelen van een nieuw vaccin
kan 4 tot 6 maanden duren. De meest doeltreffende preventieve maatregel is individueel : afzondering van de zieke en contacten met de
patiënt zoveel mogelijk vermijden.
Moet ik een masker dragen om me
te beschermen tegen het virus ?
Momenteel zijn we in fase 6 van de
WHO. In dit stadium is er geen enkele aanwijzing om een masker te dragen. Enkel
de beoefenaars van gezondheidsberoepen en personen die vaak en van dichtbij in
contact komen met zieken dragen maskers van het type FFP2.
Wat is een masker van het type FFP2 ?
Het masker FFP2 filtert de deeltjes
die van buiten naar binnen komen. Het is vooral bestemd voor beoefenaars van
gezondheidsberoepen en voor personen die vaak en van dichtbij in contact komen
met zieken. Het heeft een filtratiegraad van 95% en alle overheidsinstanties
van de hele wereld hebben ervoor gekozen om het uit te delen indien nodig.
Wanneer zou ik een masker moeten
dragen om mezelf of anderen te beschermen tegen het virus ?
De chirurgische maskers zijn bestemd
voor patiënten die besmet zijn met het virus en hebben als doel de omgeving van
de patiënt te beschermen. De FFP2-maskers filteren de deeltjes die van buiten
naar binnen komen. Ze zijn vooral bestemd voor beoefenaars van
gezondheidsberoepen en voor personen die vaak en van dichtbij in contact komen
met zieken.
Voorkomen is beter als genezen.
Preventieve maatregelen zijn goed te nemen. Verhoging van schoonmaakfrequentie,
installeren van Non-Touch apparatuur zoals handdoekdispencers, zeepdispencers
en kranen zijn enkele mogelijkheden.
Voor meer informatie over preventieve
maatregelen neemt u contact op met